Er zijn dagen waarop ik mijn hoofd niet meer vertrouw.
Te vol, te snel, te luid. Dan ga ik zitten met iets eenvoudigs — een potlood, een stukje klei, een pen of een stukje papier..
Mijn handen weten dan wat ik nog niet kan zeggen. Ze bewegen vanzelf, alsof ze een taal spreken die ik vergeten was. Er ontstaan vormen, patronen, vegen. Soms rommelig, soms vreemd, maar altijd echt.
Ik denk dat onze handen ons herinneren aan een oervorm van vertrouwen. Toen we nog maakten zonder doel, speelden zonder oordeel. Onze handen zijn direct, eerlijk.
Ze weten precies wat ze nodig hebben om uitdrukking te geven aan wat er leeft.
Wanneer je werkt met je handen, kun je niet anders dan aanwezig zijn. Je voelt, je volgt, je laat los.
Dat is waar creatie begint — niet in denken, maar in doen.
En het mooie is:
je hoeft er niets van te begrijpen.
Je hoeft alleen maar te volgen.
Soms, als ik kijk naar wat mijn handen hebben gemaakt, zie ik mezelf terug in lijnen, in vormen, in beweging. Het is alsof ik echt even zichtbaar wordt op een andere manier dan wanneer ik in de spiegel kijk, zonder woorden, zonder uitleg.
Vandaag mag je iets doen met je handen.
Niet voor het resultaat, maar voor de ervaring.
Laat ze spreken, laat ze leiden.
Misschien vertellen ze je iets wat je hart allang wist.